en | nl
  • Files
  • WOZ_RVO.nl
  • Rapport - Rapportage Onderzoek Innovatie Doorkruising Waddengebied - Royal HaskoningDHV (in Dutch)

Rapport - Rapportage Onderzoek Innovatie Doorkruising Waddengebied - Royal HaskoningDHV (in Dutch)

In opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft Royal HaskoningDHV geïnventariseerd hoe het waddengebied met kabels en een waterstofleiding doorkruist kan worden met zo min mogelijk impact op de natuur. Hierbij is gekeken naar reeds toegepaste en innovatieve technieken voor de aanleg van stroomkabels en een waterstof pijpleiding om de energie van wind op zee projecten naar land te transporteren. In deze studie zijn zeven representatieve routes van de in totaal 20 gevonden alternatieven verkend.   

Proces

Om te komen tot een gedegen kwalitatief onderzoek zijn verschillende partijen en experts betrokkenen heeft er een intensieve samenwerking plaatsgevonden binnen een projectteam met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Landbouw Natuur Voedselkwaliteit, Rijkswaterstaat, de Provincie Groningen, Gasunie, TenneT, het Omgevingsberaad Waddengebied, gemeente Het Hogeland en Groningen Seaports. Daarnaast is dit onderzoek besproken tijdens verschillende omgevingssessies die hebben plaatsgevonden binnen het ‘Verkenning Aanlanding Wind op Zee 2030’ (VAWOZ 2030) proces.

Aanleiding
De aanbevelingen van de ‘Joint Fact Finding kabelcorridor Net op zee Ten noorden van de Waddeneilanden’ (JFF) zijn de directe aanleiding voor dit onderzoek. Het doel van het onderzoek is het verkennen van innovatieve technieken om de Waddenzee zoveel mogelijk te ontzien bij de aanlanding van windenergie op zee in Noord-Nederland. Waarbij wordt gestuurd op de verbinding tussen de twee grote uitdagingen in het Waddengebied. Namelijk enerzijds het beschermen van het UNESCO werelderfgoed gebied en anderzijds de aanlanding van windenergie op zee, die van belang is voor de realisatie van de nationale klimaatopgave en regionale verduurzaming.

Onderzoeksmethode
Royal HaskoningDHV heeft zeven alternatieve kabelcorridor routes, voor een capaciteit van 6,7 GW (3x 2GW DC en 2x 350MW AC-kabels), nader uitgewerkt en beoordeeld. De route alternatieven zijn deels gebaseerd op VAWOZ 2030 en project Net op zee Ten Noorden van de Waddeneilanden, aangevuld met route alternatieven op basis van input van stakeholders. Allereerst zijn verschillende innovatieve technieken geïnventariseerd en toegepast op de verschillende routes om de ecologisch impact te minimaliseren. Vervolgens zijn voor iedere route de natuurwaarden en bodemmorfologie in kaart gebracht. Als laatste stap is het beoordelingskader ingevuld voor iedere route. Het beoordelingskader is een overzichtstabel waarin alle routes zijn gescoord op natuurimpact, effecten tijdens aanleg en onderhoud, technische aspecten, ruimtegebruik, kosten en planning.  

Resultaat onderzoek
Het onderzoek biedt een compleet overzicht van technieken om de elektriciteit van toekomstige wind op zee projecten boven het Waddengebied aan te landen. Ervaringen uit Duitsland en Denemarken zijn hierin meegenomen. Een belangrijke uitgangspunt is om kabels zo veel mogelijk aan te leggen in een corridor, waarin meerdere kabels parallel aan elkaar worden gelegd. Hierdoor kunnen onnodige kabelkruisingen worden voorkomen en kan rekening worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen zoals extra kabels en een waterstof leiding.

Alle zeven onderzochte routes hebben technische, ecologische en juridische uitdagingen, maar lijken theoretisch gezien realiseerbaar met een onderlinge kabelafstand van 50 meter. Of dit in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijk is kan nu nog niet gezegd worden en moet nog nader worden onderzocht. Daarnaast heeft iedere route in meer of mindere mate een negatieve impact op natuurwaarden en bestaan er beperkingen op het gebied van vergunbaarheid. Daarom stelt Royal HaskoningDHV nadrukkelijk dat nadere detaillering en beoordeling van de routes nodig is om een keuze te kunnen maken voor de aanlanding van de elektriciteitskabels uit de windenergiegebieden.

De resultaten uit dit onderzoek worden meegenomen in het integrale besluitvormingsproces over te starten ruimtelijke procedures in het kader van VAWOZ 2030.